Beste collega's,
Vaak krijg ik vragen van jullie waar ik ook niet meteen een antwoord op heb. Graag willen jullie dan meteen van mij een antwoord en dit lukt gewoon niet altijd. Hieronder probeer ik op een aantal CITO- gerelateerde vragen van jullie een antwoord te geven. (met dank aan CITO)
Mocht je vraag er niet tussen zitten? Type je vraag helemaal onderaan onder kopje "reactie" maar in.
Vraag:
De normering van de nieuwe toetsen Rekenen-Wiskunde is zwaarder geworden. Veel van mijn leerlingen scoren slechter dan met de toetsen Rekenen-Wiskunde 2002. Waarom heeft Cito de normering zwaarder gemaakt?
Antwoord:
De normering van de nieuwe rekentoetsen is niet zwaarder maar wel anders dan die van de oude toetsen. De ‘oude’ toetsen pasten niet meer bij het huidige reken-wiskunde onderwijs in de onderbouw. Leerlingen krijgen nu bepaalde onderwerpen eerder aangeboden dan tien jaar geleden toen wij de ‘oude’ toetsen Rekenen-Wiskunde maakten. Dat betekende dat steeds meer kinderen de ‘oude’ toetsen goed maakten. Er waren nauwelijks nog leerlingen die een D- of een E-score haalden. De nieuwe toetsen zijn aangepast aan het reken-wiskunde onderwijs van deze tijd. Wij hebben de normering vastgesteld op grond van uitgebreide landelijke proeftoetsing. Uit die proeftoetsen bleek dat de huidige groep 3 en 4 leerlingen gemiddeld veel beter presteerden. Vandaar de nieuwe normering.
Vraag:
Op het leerlingprofiel van een leerling die in groep acht een M7 toets heeft gemaakt, heeft deze leerling een ander niveau dan op andere rapporten. Klopt dit?
Antwoord:
Dat is inderdaad mogelijk. Bij het leerlingprofiel worden de leerlingen vergeleken met hun actuele jaargroep en afnameperiode. Een leerling die bijvoorbeeld medio groep 8 de taak M7 maakt, krijgt een bepaalde vaardigheidsscore. Wanneer deze vaardigheidsscore vergeleken wordt met de landelijke norm van kinderen die ook M7 gemaakt hebben, dan kan dat niveau A opleveren. Bij het leerlingprofiel echter wordt dezelfde vaardigheidsscore vergeleken met de landelijke norm van de actuele jaargroep en afnameperiode (in dit geval M8) waardoor het niveau lager kan uitvallen (bijvoorbeeld C)en met antwoord.
Vraag:
Er zijn verschillen tussen de resultaten na handmatige verwerking en verwerking met het Computerprogramma. Hoe kan dat?
Antwoord:
Dit kan te maken hebben met de gekozen invoermethode.
Kiest u voor de invoermethode aantal goed, dan maakt het Computerprogramma gebruik van de omzettingstabel voor aantal goed naar vaardigheidsscore zoals deze ook in de handleiding bij de betreffende toets is opgenomen.
Kiest u voor een invoermethode op opgavenniveau (bijv. fouten aanklikken of foute antwoorden invoeren), dan werkt het Computerprogramma met gewogen scores. Iedere opgave heeft een moeilijkheidsgraad: een gewicht. Voor de scoring betekent dit dat niet iedere opgave even zwaar meetelt in de totaalscore: voor de ene goed beantwoorde vraag krijgt de leerling bijvoorbeeld 2 punten en voor de andere 1. Leerlingen die hetzelfde aantal opgaven goed hebben kunnen daardoor een verschillende schaal- of vaardigheidsscore hebben. Het Computerprogramma meet bij een invoerwijze op opgavenniveau dus nauwkeuriger.
Vraag:
Hoe kan het dat er verschillen ontstaan in de vaardigheidsscore (en vaardigheidsniveau) bij handmatig nakijken van de papieren toets en bij het verwerken (fouten aanklikken) in het Computerprogramma LOVS?
Antwoord:
Iedere opgave heeft een moeilijkheidsgraad: een gewicht. Bij het handmatig nakijken van de papieren toets wordt hier géén rekening mee gehouden: voor elke goed beantwoorde vraag krijgt een leerling 1 punt. Het Computerprogramma LOVS gaat daarentegen bij elke opgave van het gewicht van de opgave uit. Dit betekent dat niet iedere opgave even zwaar meetelt in de totaalscore: voor de ene goed beantwoorde vraag krijgt de leerling bijvoorbeeld 2 punten en voor de andere 1.
Vraag:
Kan ik een kind tweemaal dezelfde taak van een toets laten maken en beide resultaten terugzien?
Antwoord:
Ja, dat kan. Doorloop daarvoor de volgende stappen:
Voer het resultaat voor toets x taak y in en druk op Bewaren.
Ga naar Plannen en plan toets x taak y opnieuw voor deze leerling.
Voer het resultaat voor toets x taak y in en druk op Bewaren.
Bij sommige rapporten ziet u alleen het resultaat van de laatste afnamedatum (voer altijd de juiste afnamedatum in bij Resultaten invoeren!) zoals Groepsrapport grafisch en Groepsoverzicht. Bij andere rapporten, zoals (alternatief) Leerlingrapport ziet u beide resultaten.
Let op: wilt u meerdere taken van één leerling achter elkaar invoeren, druk dan tussentijds altijd op Bewaren!
Vraag:
Waarom is het niet meer mogelijk om in het computerprogramma een foutenanalyse te maken voor de nieuwe toetsen Rekenen-Wiskunde?
Antwoord:
Sommige leerkrachten gebruikten het foutenoverzicht per toetscategorie om leerlingen verder te helpen. Op basis van het aantal gemaakte fouten bij een categorie werden vervolgbeslissingen genomen. Met behulp van een dergelijke foutenanalyse kan echter geen goede diagnose gesteld worden, omdat de opgaven allemaal een andere moeilijkheidsgraad hebben. Wanneer er bij het onderdeel aftrekken bijvoorbeeld enkele moeilijke opgaven zitten, gaat men op basis van het feit dat die opgaven vaker fout worden gemaakt door de leerlingen (en dat is logisch want ze zijn toevallig moeilijker) extra aandacht aan aftrekken besteden. Dat zal de problemen van de leerling vaak niet wegnemen, omdat men geen zicht heeft gekregen op de problematiek waar de leerling echt mee zit. Een zwakke leerling is in de meeste gevallen namelijk niet alleen zwak in aftrekken, maar ook in het doorzien van getalrelaties en optellen. Nemen we het niveau van de leerling als uitgangspunt dan moet aan al deze onderdelen aandacht worden besteed om de leerling op een hoger vaardigheidsniveau te brengen.
Vanaf januari 2008 is in het computerprogramma LOVS een optie opgenomen om een zogenaamde categorieënanalyse te maken. Met behulp van zo’n analyse kan nagegaan worden of een leerling op een bepaalde categorie hoger of lager scoort dan op grond van zijn of haar algemene vaardigheidsniveau op het gebied van Rekenen-Wiskunde verwacht mag worden. Dit kan informatie geven over onderdelen die extra aandacht verdienen.
Vraag:
De toetsen van Spelling sluiten niet aan bij een leerlijn spelling uit de methode. Hoe kan ik toch de vooruitgang van de leerlingen bepalen?
Antwoord:
De spellingcategorieën in de toetsen zijn gekozen op basis van methodenonderzoek. De onderzochte methoden vertonen grote verschillen in de volgorde van aanbieden van categorieën én in het moment waarop een categorie voor het eerst wordt aangeboden. In de toetsen Spelling proberen we met die verschillen rekening te houden. Zo wachten we bijvoorbeeld met het opnemen van een categorie in de toetsen tot ten minste vier van de zes methoden (en liefst vijf van de zes) de categorie expliciet behandeld hebben. We kunnen echter niet wachten tot echt alle spellingmethoden de betreffende categorie behandeld hebben. Dat zou er namelijk op neerkomen dat we in groep 4 (en in mindere mate in groep 5) helemaal geen nieuwe categorieën kunnen toetsen. (In die groepen zijn de verschillen tussen de taalmethoden namelijk het grootst.) Vanaf groep 6 zouden de toetsen vervolgens 'volgepropt' moeten worden met allerlei categorieën die in sommige methoden al in groep 4, in andere methoden in groep 5 en in sommige methoden pas in groep 6 aan de orde komen. Plus de nieuwe categorieën die in bijna alle methoden voor het eerst in groep 6 worden aangeboden.
Dat is natuurlijk niet haalbaar. Per categorie zou je dan in groep 6 slechts één of twee opgaven kunnen opnemen. Op basis van zo'n beperkt aantal kun je nooit iets zeggen over of een leerling die categorie beheerst. Daarom is ervoor gekozen in de toetsen voor groep 4 en 5 ook categorieën op te nemen die op dat moment nog niet in alle methoden aan bod zijn gekomen (maar in de meeste methoden al wel).
Op zich is het geen probleem om de vaardigheid en de vooruitgang van een leerling te bepalen als nog niet alle categorieën in de lessen aan bod zijn geweest. Het is namelijk helemaal niet zeker (en zelfs niet erg waarschijnlijk) dat de leerlingen de opgaven die betrekking hebben op die onbehandelde categorieën allemaal fout zullen beantwoorden. Leerlingen zien - buiten de lessen spelling om -regelmatig woorden uit categorieën die nog niet behandeld zijn, in boeken en leesteksten. Ook zonder expliciete instructie zal een deel van deze woorden door hen 'vanzelf' goed geschreven worden.
Wel kan er een vertekend beeld ontstaan indien een taak wordt voorgelegd met erg veel categorieën die nog niet behandeld zijn. Je kunt dan beter een paar maanden wachten met de afname (dan zijn de vaardigheidsscores die leerlingen halen gewoon bruikbaar; alleen de niveaus A t/m E of I t/m V zijn niet geldig). Als vuistregel kun je stellen dat ongeveer 75 à 80% van de categorieën aan bod moet zijn geweest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten